Oxfam Novib steunt boeren in een eerlijke en duurzame transitie

  • 20 maart 2024

Boeren staan rondom een maisplant
Wij ondersteunen boeren wereldwijd in hun strijd voor een beter leven en een veerkrachtiger landbouwsysteem. Zoals de Ugandese Hellen Akello en haar collegaboeren, die met met steun van landbouwscholen hun inkomsten en gewassen konden verbeteren.
Foto: Rashidah Namatovu

De boerenprotesten die we de afgelopen maanden in Europa zagen komen voort uit de vrees voor het verlies van land, inkomen, werk en bestaansrecht. Die vrees is te begrijpen. Net als voor boeren in
Afrika, Azië en Latijns-Amerika, staat het verdienmodel van boeren hier onder druk. Het is belangrijk dat de negatieve impact van de landbouw op klimaat en biodiversiteit wordt teruggebracht, maar we mogen de boer daarbij niet uit het oog verliezen. Wij vinden dat boeren overal ter wereld moeten kunnen vergroenen én geld blijven verdienen. Dat betekent dat oneerlijke concurrentie moet worden aangepakt en de macht van grote bedrijven moet worden ingeperkt. Regionale voedselproductie, eerlijke prijzen voor boeren wereldwijd en internationale solidariteit moeten centraal staan in een Europese en Nederlandse landbouwvisie.

Blog door Nout van der Vaart, beleidsmedewerker voedsel en landbouw

Allereerst: hoewel we voor het recht op demonstreren zijn, keuren we vernielingen, persoonlijke bedreigingen, intimidatie en haat af. Maar dát de boeren reden zien om te protesteren, snappen we wel. Om onze aarde leefbaar te houden en klimaatverandering tegen te gaan is de transitie naar een duurzame en natuurinclusieve kringlooplandbouw nodig. Zowel in Nederland als in de landen waar wij samen met lokaal gewortelde boerenorganisaties landbouwprojecten uitvoeren. Daarvoor is een radicale omslag nodig in het productiegedreven denken dat sinds de jaren ’50 vooral in Europa dominant is geweest. Maar die omslag moet wel zo worden vormgegeven dat boeren die ook daadwerkelijk kunnen maken. En daar wringt het. 

Ondanks voorgestelde (EU-)vergroeningsmaatregelen die boeren tegemoet komen in het duurzamer produceren van voedsel, voelen veel boeren zich niet genoeg gesteund in de transitie die van hen verwacht wordt. De regels nemen toe, maar de prijzen die boeren voor hun producten krijgen, blijven laag. Boeren voelen zich miskend en onrecht aangedaan.   

Duurzame transitie, dat kunnen de boeren niet alleen 

Veel Europese boeren willen best duurzamer gaan produceren. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Decennialang was het streven naar meer opbrengst en meer winst de belangrijkste productiefactor. Dit heeft naast een verhoogde productie en een efficiënt ingerichte landbouw, ook geleid tot intensivering, schaalvergroting, monoculturen, overproductie van mest en vervuiling van de bodem en het oppervlaktewater door (kunst) mest en pesticiden. De industrialisering van de veeteelt ging gepaard met de import van eiwitrijk soja uit het Amazonegebied, wat daar heeft geleid tot grootschalige ontbossing. Vooral in de veehouderij hebben boeren in Nederland vaak onder druk van banken grote investeringen gedaan, zoals modernere stalsystemen, die nog lang niet zijn afbetaald.

Het terugdringen van broeikasgassen en stikstofuitstoot is tot nu toe nog niet doorslaggevend  geweest om extensiever te gaan werken – dat wil zeggen, op meer grond en met minder input van buitenaf, zoals kunstmest en veevoer. In plaats daarvan moesten boeren opnieuw investeren in ‘innovatie’, zoals dure luchtwassers of emissiearme vloeren.  

Boeren hebben, simpel gezegd, niet de macht en de middelen om te doen wat van hen gevraagd wordt. In het huidige systeem zijn de marges voor de meeste boeren erg laag, en zijn het vooral toeleverende, mondiaal opererende bedrijven zoals veevoerbedrijven, pesticide- en zadenproducenten, graanhandelaren en supermarkten die een grote marktmacht hebben en enorme winsten opstrijken. Boeren buiten Europa die tropische gewassen produceren zoals cacao en koffie, verdienen vaak niet eens een leefbaar inkomen en arbeiders op bananenplantages geen leefbaar loon.   

Europese boeren vrezen daarnaast oneerlijke concurrentie van import van voedsel van buiten de EU. Een terechte angst. Want terwijl boeren hier moeten voldoen aan hoge productiestandaarden, wordt er ondertussen met Zuid-Amerikaanse landen onderhandeld over een verdrag waardoor onder andere veel meer goedkoop vlees uit Zuid-Amerika hier op de markt kan komen. Ook de import van tegen lagere standaarden geproduceerd Oekraïens graan en eieren wordt door veel boeren als onrechtvaardig ervaren. 

Tijd voor eerlijke concurrentie: produceer voedsel regionaal 

Het is goed dat Europese boeren aan hoge milieu- en dierenwelzijnstandaarden worden gehouden, maar het is niet de bedoeling dat ze worden weggeconcurreerd door de import van goedkoop en tegen lagere standaarden geproduceerd vlees en andere voedselproducten. Tegelijkertijd is het ook onwenselijk dat efficiënt opererende Europese voedselproducenten met Europese landbouwsubsidies de markt in West-Afrikaanse landen overspoelen met goedkoop melkpoeder en kippenvlees en zo de lokale markt daar verstoren. Een zekere mate van bescherming van de eigen markt tegen goedkope buitenlandse concurrentie kan gewenst zijn, zeker voor landen waar de  landbouwindustrie nog in de kinderschoenen staat. Door de markt deels of tijdelijk af te schermen kunnen de eigen landbouwbedrijven groeien en innoveren, zonder dat ze meteen worden weggeconcurreerd door buitenlandse bedrijven die tegen een lagere prijs voedsel kunnen produceren.   

Kortom: je moet landbouw niet per definitie wereldwijd willen organiseren (buiten de productie en handel van specifieke producten zoals bijvoorbeeld koffie, cacao en bananen). Dan vraag je Nederlandse, Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse boeren om met elkaar te concurreren, een strijd die geen van hen wint, en die bovendien vanuit klimaatperspectief – voedsel dat duizenden kilometers aflegt – ook geen goed idee is. Als we dat laten gebeuren, eindig je met een handjevol gigantische, vaak beursgenoteerde voedselproducenten die superefficiënt kunnen produceren, maar die ook alle macht en zeggenschap in handen hebben. Het vergroten van aandeelhouderswinsten zal belangrijker zijn dan klimaat-, biodiversiteit- en voedselzekerheidsdoelen. Dat vergroot alleen maar de ongelijkheid tussen een kleine groep rijke, machtige mensen en de rest van de wereld.   

Door voedselproductie – daar waar dat mogelijk is – regionaal te organiseren, komen de macht en zeggenschap weer bij boeren zelf te liggen. In Nederland en wereldwijd. Zo kunnen boeren in Europa weer een eerlijke prijs krijgen voor hun producten zonder daarbij het milieu te schaden, en krijgen kleinschalige boeren in Afrikaanse landen ook de kans hun onderneming te ontwikelen en hun eigen markt te bedienen.  

Overheden: maak rechtvaardige, duurzame transitie mogelijk 

Om een rechtvaardige duurzame transitie in de landbouw mogelijk te maken moeten overheden boeren ondersteunen in een nieuwe manier van voedsel produceren die past binnen de grenzen van onze planeet. Dat vergt investeringen, visie, daadkracht en sturing:  

  • De Europese Unie en Europese overheden moeten voet bij stuk houden en landbouwvergroeningsmaatregelen aantrekkelijk én betaalbaar maken voor boeren. Ze moeten duurzame koplopers versterken en boeren heldere kaders en langetermijnperspectief bieden.  
  • Om te zorgen voor eerlijke concurrentie moeten de internationale handelsregels herzien worden. Dat is belangrijk voor boeren in Europa, maar ook daarbuiten. 
  • Overheden moeten investeren in de ontwikkeling van lokale voedselmarkten in landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Bijvoorbeeld door de toegang tot de markt te verbeteren, in te zetten op het ontwikkelen en verbeteren van lokaal voorkomende voedselgewassen, en door boeren te trainen om klimaatbestendig te produceren, vooral in de landen die nu al de verwoestende impact voelen van klimaatverandering. 
  • Het bijdragen aan leefbare inkomens en lonen in productielanden van o.a. cacao, koffie en bananen moet een verplichting worden voor bedrijven zoals grote merken en supermarkten. Dit is een vereiste in de huidige versie van de EU-‘anti-wegkijkwet', maar om te slagen, moet deze regel strikt nageleefd en gehandhaafd worden.   

Hoe steunt Oxfam Novib de boeren? 

Met onze programma’s, zoals SD=HS en Fair4All, staan wij achter kleinschalige boer(inn)en in landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Met onze beleidsbeïnvloeding komen we op voor hun belangen, bijvoorbeeld door aan te dringen op het herzien van internationale handelsregels en het regionaal inrichten van de voedselmarkt. En daar hebben ook Nederlandse boeren wat aan, zoals je hierboven hebt kunnen lezen. We trekken dan ook samen op met verschillende boerennetwerken in Nederland, zoals het Groenboerenplan, bijvoorbeeld door samen te pleiten voor een landbouwakkoord dat zowel voor boeren hier als over de grens goed werkt. Wij strijden voor gelijkheid, voor iedereen, en die strijd kunnen we alleen winnen als we ons samen inzetten voor eerlijke, duurzame landbouw wereldwijd.  

 

Nout van der Vaart.jfif

Nout van der Vaart, beleidsmedewerker voedsel en landbouw

Cookies

Logo Oxfam Novib

Fijn dat je onze site bezoekt

Cookies helpen ons om jou te laten zien wat je interessant en belangrijk vindt op onze eigen website, andere websites en sociale media. Vind je dat goed?

Logo Oxfam Novib

Cookies zelf instellen

Analytische en functionele cookies zijn nodig om te zorgen dat onze website goed werkt. Marketing en sociale media cookies zorgen dat je relevante advertenties ziet op andere websites. Welke cookies wil je accepteren?

Ik accepteer alle cookies
Ik wil geen marketing en social media cookies