Home ActueelNieuws Papieren bootjes naar Italië

Papieren bootjes naar Italië

  • 24 oktober 2013

Verwacht wordt dat eind december 3,5 miljoen Syriërs hun land hebben verlaten. Op de vlucht voor de burgeroorlog. Farah Karimi, algemeen directeur van Oxfam Novib, reist naar Baalbek in het oosten van Libanon. Een verslag.

Sommige vluchtelingen wonen al een jaar in het tijdelijke kamp in Libanon.
Foto:Oxfam Novib

Hoewel het Jordaanse vluchtelingenkamp Za’atari misschien wel de bekendste is (red. lees Farah’s verslag ‘Een huis ver van huis’) wonen ook in Libanon naar schatting 1 miljoen Syrische vluchtelingen. Daarom reizen wij verder, om ook hier met eigen ogen te zien wat er gaande is. Om ook hier mensen te spreken zoals Sami. En om ook over de situatie hier te kunnen vertellen aan mensen in Nederland.

Gesloten grenzen

Grensverhalen wisselen elkaar veelal af. Sinds kort lijken de grenzen gesloten voor nieuwe vluchtelingen, al zijn dit geen officiële berichten. De meeste Syriërs staan dan ook niet officieel geregistreerd als vluchteling. We bezoeken het Waverkamp, oorspronkelijk een kamp voor Palestijnse vluchtelingen dat door de komst van Syrische vluchtelingen alleen maar drukker is geworden. De basis van het Waverkamp is een grote kazerne met een aantal bijgebouwen op een lapje grond van 1 vierkante kilometer. Hier wonen 7500 mensen. Alleen de laatste maanden al kwamen er een kleine 1400 mensen bij. Werden de Syrische vluchtelingen in het begin nog verwelkomd, nu is dat anders. De stroom aan nieuwe vluchtelingen legt een steeds zwaarder beslag op de mensen en de maatschappij. Men was erop voorbereid om de Syriërs enkele maanden onderdak en steun te moeten bieden, maar de situatie duurt al sinds maart 2011 voort. Het is wrang dat de gastgemeenschappen, veelal Palestijnse vluchtelingen die zich sinds de oorlog in 1948 in Libanon hebben gevestigd, ook heel arm zijn.

Bedompt, benauwd, lawaaierig

We lopen de grote kazerne binnen van het Waverkamp. Overal hangen elektriciteitsdraden kriskras door elkaar. De geluidenstroom van de straat - spelende en schreeuwende kinderen, muziek, autogetoeter – denken we achter ons te laten, maar ook binnen is het lawaaierig. Overal zijn mensen. We worden ontvangen door Bashir (45), die samen met zijn vrouw en 3 kinderen in een van de benauwde kamertjes woont. Zijn huur bedraagt 200 euro per maand. Onlangs verdubbelde de eigenaar van het pand de huur nog onder het mom ‘betalen of oprotten’. Het blijft steeds opnieuw moeilijk om voor te stellen dat mensen elkaar dit aandoen.

Papieren bootjes

‘Ik woon hier nu een jaar,’ zegt Bashir, ‘maar het voelt alsof het er 5 zijn. Zo vreselijk is het hier.’ Voordat Bashir met zijn hele gezin naar Libanon vluchtte, werkte bij een petroleummaatschappij in Syrië. Hij mist zijn vrienden, zijn broer, zijn vaderland. ‘Mijn kinderen maken papieren bootjes die de boot naar Lampedusa, Italië, voorstellen. Hoe gevaarlijk die reis ook is, ik heb niets meer te verliezen. Mijn vrouw wil graag terug naar Syrië. Gisteren werd daar nog de school in de woonplaats van haar zus gebombardeerd. 14 kinderen en 2 volwassenen kwamen om.’ Bashir tilt het deksel van een pan op. Leeg. ‘Dat is ons grootste probleem. We hebben geen eten.’

Honderden tentendorpjes

Naast de officiële kazerne waar vluchtelingen zoals Bashir wonen, zijn er in Libanon honderden tentendorpjes ontstaan. Veel Syriërs zijn neergestreken op braakliggende grond. We kijken naar binnen in een tent waar 10 kinderen met hun ouders wonen. De jongetjes missen hun school, maar hier in Libanon is daar geen geld voor.

Meer informatie

Oxfam Novib verleent noodhulp met de gezamenlijke Oxfams, onder meer in vluchtelingenkampen in Jordanië en Libanon. Lees alles over ons werk in Uitgelicht Syrië.

Op onze Facebook doet Farah Karimi verslag in beeld.

Bron: Oxfam Novib, 24 oktober 2013