Home ActueelNieuws optimisme over biobrandstof is achterhaald

optimisme over biobrandstof is achterhaald

  • 12 december 2012

Met de #biobrandstofactie www.biobrandstof.nu, vraagt Oxfam Novib aandacht voor de negatieve gevolgen die biobrandstof met zich meebrengt. Onze directeur Campagnes, Tom van der Lee, schreef een opiniestuk dat op dinsdag 11 december op de website van de Volkskrant verscheen.

Foto:Emma Walsh/Oxfam
opiniestuk: Optimisme over biobrandstof is achterhaald

Het leek zo'n mooi idee. Biobrandstof zou goed zijn voor het klimaat, voor boeren, voor ontwikkelingslanden en voor onze eigen energieonafhankelijkheid. In 2008 besloot de Europese Unie om tot verplichte bijmenging van biobrandstof bij normale brandstof over te gaan (tot 10 procent in 2020). Duurzaamheidsafspraken van de bestaande biobrandstof en de introductie van innovatieve brandstoffen zoals tweede en derde generatie zou het gebruik van voedselgewassen snel terugdringen. Dit optimisme bleek al snel achterhaald. Er is met veel subsidies en verplichtingen een kunstmatige vraag aan biobrandstof gecreëerd, die voor meer dan 90 procent wordt beantwoord door van voedselgewassen biobrandstof te maken. Oxfam Novib keert zich tegen dit overmatige gebruik van voedsel als biobrandstof, niet tegen alle vormen van biobrandstof, zoals microbioloog Wilfred Vermerris op 6 december ten onrechte op de opiniepagina van de krant beweerde.

Vorige week nog wees Nobelprijswinnaar biochemie Hartmut Michel (directeur van het toonaangevende Max Planck Instituut) in een hartstochtelijk pleidooi op het feit dat er onzinnig hoge verwachtingen van biobrandstof zijn gecreëerd. De omzetting van zonlicht in energie die door planten kan worden bereikt is slechts één procent, terwijl de huidige generatie zonnecellen op 20 procent zit. Elektrisch rijden, op basis van hernieuwbare energie, is dus het echte alternatief.

Vermerris leeft nog steeds in de periode die we snel achter ons moeten de laten; de periode van ongebreideld optimisme over biobrandstof. Hij sluit de ogen voor het feit dat de beloofde innovaties vooralsnog veel te duur blijken te zijn en dat het huidige stimuleringsbeleid voor biobrandstof een overgang naar verstandig energiegebruik eerder tegenhoudt dan stimuleert. Ook wijst onderzoek - bijvoorbeeld van het Nederlands Planbureau voor de Leefomgeving - aan, dat de meeste biobrandstoffen geen positief effect hebben op de beperking van de uitstoot van broeikasgassen. Het stimuleringsbeleid van biobrandstof vormt tot nu toe vooral een boulevard van verbroken beloftes.

voedsel

In onze campagne keert Oxfam Novib zich tegen het (verplichte!) gebruik van voedsel als biobrandstof. Het stuwt de prijzen van voedsel extra hoog op en leidt tot landonteigeningen voor heel veel kleine boeren. Te vaak zonder enige compensatie wordt het land van kleine boeren afgepakt omdat buitenlandse investeerders grond verwerven om grootschalig gewassen te verbouwen voor biobrandstofproductie.

Omdat deze effecten tot meer armoede en honger leiden moeten Europa en de VS ophouden eerste generatie biobrandstoffen te stimuleren. Wij keren ons bijvoorbeeld niet tegen biogas. Sterker nog, biogas installaties in rurale gebieden in ontwikkelingslanden worden ook door Oxfam Novib ondersteund. Voor de ontwikkeling van het platteland in arme gebieden is dit een verstandig beleid. Ook het gebruik van reststromen van landbouw en industrie wordt door ons verwelkomd. Oxfam Novib maakt dus wel degelijk onderscheid tussen de verschillende vormen van biobrandstof, alleen zien wij dit onderscheid niet terug in het overheidsbeleid. De Europese richtlijnen voor biobrandstof, die ook in Nederland gelden, leiden in de praktijk voornamelijk tot de inzet van voedselgewassen en niet tot de zogenaamde tweede of derde generatie biobrandstof. Nederland scoort relatief minder slecht omdat we gebruikt frituurvet uit Engeland en Duitsland importeren, maar deze hoeveelheden zijn beperkt en gaan bovendien ook door die landen zelf gebruikt worden.

wesp

Innovatieve vormen van biobrandstof zijn niet concurrerend met grondstoffen als palmolie, soja of graanethanol. Vandaar dat de grote ondernemingen in de biobrandstof zich niet willen vastleggen op beperkingen van het aandeel voedselgewassen in de totale biobrandstofmix. Toen de Europese Commissie in oktober jl. voorstelde het aandeel biobrandstoffen dat van voedselgewassen is gemaakt te beperken tot maximaal de helft reageerde de sector als door een wesp gestoken. Een dergelijke maatregel zou de sector 'niet overleven' en deze beperking zou, volgens de sector, eerder op 80 of 90 procent moeten liggen. Dit toont aan dat het debat over verantwoorde vormen van biobrandstof voornamelijk in de wetenschap en in de media wordt gevoerd, maar niet door de belangrijkste marktpartijen zelf.

De commerciële introductie van tweede generatie biobrandstof ligt nu verder weg dan men vijf jaar geleden dacht. Daarom moet het contraproductieve biobrandstof beleid zo snel mogelijk worden aangepast. En deze ingreep is veel simpeler te realiseren dan het terugdringen van alle negatieve effecten van bijvoorbeeld de veel te hoge vleesconsumptie in de wereld.

overheid

Het onterechte verwijt, dat Oxfam Novib te weinig onderscheid maakt in type biobrandstof, is wel het verwijt dat de overheid raakt. Nederlandse ondernemers die zich richten op de inzet van restmateriaal van de landbouw als energiebron krijgen geen kans bij het stimuleringsbeleid voor biobrandstof. Er is op dit moment geen enkele Nederlandse oliemolen die deze restmaterialen verwerkt tot brandstof omdat dit niet rendabel is. Het stimuleringsbeleid is alleen gericht op grote hoeveelheden voedselgewassen met rampzalige gevolgen voor de voedselvoorziening, de positie van kleine boeren en een transformatie naar een fundamenteel ander energiebeleid. Kortom, zowel uit oogpunt van voedselzekerheid, als klimaatbeleid verdient de eerste generatie biobrandstof een tegen campagne.

Dit opiniestuk is ook te lezen op de website van de Volkskrant.

Bron: Oxfam Novib, 11 december 2011

We gebruiken cookies. Dit doen we om je gepersonaliseerde content en aanbiedingen te tonen, delen via social media mogelijk te maken en om bezoekgedrag te analyseren.