Zover ik kan kijken zie ik huisjes. Van bamboe en plastic zeilen. Het is heuvelachtig en ze staan kriskras door elkaar heen. Soms heel dicht op elkaar, soms ligt er een provisorisch aangelegd pad tussen. Op plekken waar geen huisjes staan, zijn in heel korte tijd honderden noodlatrines geplaatst. Zowel daar, als in de huisjes is weinig privacy.
Namens Oxfam Novib bezoek ik het Balukhali vluchtelingen kamp. Samen met collega’s word ik bij een van de ingangswegen van het kamp afgezet. De wegen zijn te smal en te ongelijk voor auto’s. We moeten dus lopen, maar zelfs te voet is het soms lastig. Nog een paar maanden geleden woonde hier slechts 100.000 mensen. Dit aantal is sinds augustus verviervoudigt.
Het Balukhali kamp was niet op zoveel vluchtelingen berekend. Al sinds 1970 komen er golven van vluchtelingen uit Myanmar naar Bangladesh. Maar wat er de afgelopen maanden is gebeurd slaat alles. Er zijn meer dan 620.000 mensen gevlucht uit Myanmar. Een ongelooflijk aantal! Er was onvoldoende onderdak, toiletten, noodschooltjes en paden. Het is daarom tijdens de wandeltocht soms klauteren en afdalen over gladde hellingen.
Het is ongelooflijk druk en krap in het kamp. Door de mensen, de kinderen die rondrennen en de honderden hutjes. Het is wel heftig om te zien en moeilijk om voor te stellen hoe het is om daar dag en nacht in te moeten zitten. Nu in de hitte, maar straks ook tijdens het regenseizoen. Hoe zullen de paadjes er dan uit zien? Kun je nog wel naar een latrine komen als het hard regent? En houden de hutjes het wel?
Er wordt dag en nacht gewerkt om het leven in het kamp beter te maken. Gelukkig zijn er ook veel hulporganisaties actief. Je ziet overal vlaggetjes en logos van organisaties. Om de coördinatie en planning van hulp goed te laten verlopen is het kamp opgesplitst in zones. Daarbinnen zijn weer subzones aangelegd. Zelfs die subzones zijn ontzettend groot en we moeten een behoorlijk eind lopen om bij de juiste plek aan te komen.