Wanbeleid verslechtert de situatie in Noord-Kivu, dat in Oost-Congo ligt. De Congolese overheid voelt letterlijk en figuurlijk ver weg: de hoofdstad Kinshasa ligt 2000 kilometer naar het westen, met nauwelijks begaanbare wegen tussen de regio’s. Maar ook buitenlandse regeringen spelen (in)direct een rol in het conflict. Onze collega legt uit: “Congo maakt zelf geen wapens. Alles wordt geïmporteerd of het land in gesmokkeld, in het verleden onder andere uit Rusland en Oekraïne. Maar ook vanuit China, Europese landen, Israël en de Verenigde Staten. Dezelfde wapens worden vaak in meerdere conflicten in Afrika gebruikt om dood en verderf te zaaien.”
Voor een hele generatie Congolese burgers is ‘vrede’ een onbekend begrip. 21 miljoen Congolezen hebben volgens de Verenigde Naties hulp nodig. Veel van hen zijn meerdere keren gevlucht, steeds opnieuw op zoek naar veiligheid. In de provincie Noord-Kivu neemt de honger toe, want door het conflict moesten vele boeren vluchten, zijn geen zaden geplant en oogsten misgelopen of gestolen. Volgens de VN is de situatie in Oost-Congo één van de grootste humanitaire crises ter wereld.