Economisch sterke landen hebben onderling afgesproken dat ze elk jaar 0,7% van hun Bruto Nationaal Inkomen (BNI) besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat betekent dat ze jaarlijks geld reserveren om de armste landen van de wereld een steun in de rug te geven. Vaak wordt deze pot geld ODA genoemd: Official Development Assistance.
ODA is een belangrijk onderdeel van het buitenlands beleid van Nederland. Het draagt bij aan behalen van wereldwijde doelstellingen zoals de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de Verenigde Naties. De Nederlandse ODA streeft naar armoedebestrijding, het verbeteren van de kwaliteit van leven, en het bevorderen van duurzame ontwikkeling in opkomende economieën. Het richt zich op thema's zoals gezondheidszorg, onderwijs, gendergelijkheid, milieu, en duurzame economische groei.
Ook Nederlandse burgers vinden ontwikkelingssamenwerking belangrijk. In 2022 waren er ruim 4 miljoen donateurs verbonden aan ontwikkelingsorganisaties, blijkt uit cijfers van het CBF, de toezichthouder op goede doelen. En dat vertrouwen is niet voor niets. Organisaties in ontwikkelingssamenwerking besteden gemiddeld 90,4% van hun middelen direct aan hun doelen.