Naar hoofdinhoud

7 veelgestelde vragen over onze F-35-rechtszaak tegen de staat

Op 12 februari 2024 besloot het gerechtshof in Den Haag dat Nederland de doorvoer en export van F-35-onderdelen naar Israël moet stoppen. Dat gebeurde naar aanleiding van een hoger beroep dat wij samen met PAX en The Rights Forum aanspanden. Helaas lijkt de Nederlandse staat dit niet te doen. Daarom spanden wij in mei 2024 een kort geding aan. Na een teleurstellende uitspraak van de rechter gingen we in hoger beroep.

Levensreddende noodhulp1 juni 2026
foto van een man die voor het paleis van justitie staat met een bord met daarop de tekst: "Stop arming Israel". Ook is er een arm zichtbaar van iemand die het vredesteken maakt.

1. Waarom zijn jullie na de eerste rechtszaak een kort geding gestart?

In februari oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat Nederland moet stoppen met het leveren van onderdelen voor F-35-gevechtsvliegtuigen aan Israël voor gebruik in Gaza. Helaas wijst alles erop dat die onderdelen vanuit Nederland wel via andere wegen in Israël terechtkomen. Hiermee houdt de Nederlandse staat zich niet aan de uitspraak van het hof in Den Haag. Wij vinden het onacceptabel dat de Nederlandse staat rechtelijke uitspraken niet naleeft en onderdelen blijft leveren die bijdragen aan schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Gaza. Daarom spanden we dit kort geding aan in mei 2024.

De uitspraak van de rechter op 12 juli 2024 was helaas teleurstellend. Op basis van de eerdere uitspraak kan de rechter niet beoordelen of F-35-onderdelen niet via omwegen aan Israël geleverd mogen worden. Wat ons betreft is het duidelijk: geen Nederlandse wapens naar Israël, ook niet via omwegen. Daarom zijn wij in hoger beroep gegaan. Op 10 juli 2026 vindt een eerste zitting hierover plaats bij het gerechtshof in Den Haag.

2. Via welke wegen belanden Nederlandse F-35-onderdelen dan in Israël?

Nederland levert inderdaad niet meer direct vanuit European Regional Warehouse in Woensdrecht, of elders in Nederland, F-35-onderdelen aan Israël. Maar de uitspraak van het hof is heel duidelijk: Nederlandse onderdelen mogen ook niet via andere landen, zoals de Verenigde Staten, in Israël belanden. Helaas legt de staat de export van Nederlandse onderdelen naar bijvoorbeeld de Verenigde Staten geen strobreed in de weg, terwijl de regering garanties moet afdwingen dat die onderdelen niet in Israël terechtkomen.

3. Hebben jullie bewijs dat aan Israël wordt geleverd?

We weten dat in alle F-35-toestellen Nederlandse onderdelen zitten, dus ook in de Israëlische – dat wordt ook door niemand betwist. En de Verenigde Staten levert ook onderdelen aan Israël, waar onderdelen uit Nederland tussen kunnen zitten.

4. Heeft het eigenlijk wel zin om weer een rechtszaak te starten als de staat zich toch niet aan de uitspraak houdt?

Het oordeel in februari van het gerechtshof in Den Haag was duidelijk: Nederland moest binnen 7 dagen stoppen met het leveren van onderdelen voor de F-35 aan Israël. Deze uitspraak is een belangrijke stap om de Nederlandse regering te dwingen om zich te houden aan het internationaal recht, waar Nederland zich in het verleden sterk voor heeft gemaakt. Daarnaast had de uitspraak ook internationale consequenties: sindsdien zijn in meerdere landen soortgelijke rechtszaken gestart. Met deze nieuwe rechtszaak willen we de Nederlandse staat opnieuw dwingen om de rechtsstaat en het internationaal recht te respecteren.

5. Vinden jullie niet dat Israël zich moet kunnen verdedigen met de F-35?

Uiteraard heeft Israël heeft het recht zich – in overeenstemming met het internationaal humanitair recht – te verdedigen. In de uitspraak geeft de rechter de Nederlandse staat de mogelijkheid om het afgeven van vergunningen voor onderdelen voor de F-35 te heroverwegen, maar dan moet Israël wel duidelijk maken dat het de F-35 niet zal inzetten in Gaza.

6. Hoe zit het met de uitspraak van de Hoge Raad?

Op 3 oktober 2025 oordeelde de Hoge Raad dat de minister van Buitenlandse Handel de exportvergunning voor F-35-onderdelen naar Israël opnieuw moet beoordelen. Daarbij is de minister verplicht het criterium toe te passen of met het verlenen van een vergunning een risico op ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht bestaat. 

Na deze uitspraak heeft de minister de exportvergunning voor F-35-onderdelen naar Israël opnieuw beoordeeld en is hij tot de enige juiste conclusie gekomen: dat er een duidelijk risico bestaat dat Israël met F-35-vliegtuigen het internationaal humanitair recht schendt, en dat Nederland daarom geen F-35-onderdelen meer naar Israël mag exporteren.

7. Hoe financieren jullie de rechtszaak?

Om deze rechtszaak te financieren zijn we met PAX en The Rights Forum opnieuw een crowdfunding gestart. We gebruiken ook voor deze rechtszaak dus geen overheidssubsidies of reguliere donaties, zodat alleen mensen die volledig achter deze rechtszaak staan eraan bijdragen. We zijn iedereen die deze rechtszaak mogelijk maakt enorm dankbaar.

We krijgen soms de vraag waarom deze zaak zoveel kosten met zich meebrengt. Dat komt omdat het een complexe zaak betreft waar veel tijd en specifieke expertise voor nodig zijn. Dat brengt de nodige kosten met zich mee. Liever hadden wij het geld voor deze rechtszaak natuurlijk uitgegeven aan noodhulp in Gaza. Maar omdat de Nederlandse staat zich niet houdt aan haar verplichtingen onder het internationaal recht, vonden wij het belangrijk om deze stap te zetten.

Doneer nu voor de rechtszaak