Naar hoofdinhoud

5 mythes over belasting op extreme rijkdom ontkracht

Wij zijn ervan overtuigd dat het kan: een eerlijk belastingsysteem. En dat is hoognodig, want belastingontwijking en te lage belastingtarieven voor de superrijken houden extreme ongelijkheid in stand. Toch blijft de vraag hangen wat een eerlijk belastingsysteem in de praktijk betekent, en of het überhaupt haalbaar is.

Eerlijke belastingen30 juni 2026
Petitie-overhandiging 'Belast de superrijken', december 2025. Foto: Arie Kievit

Foto: Oxfam Novib petitieoverhandiging Belast de Superrijken in de Tweede Kamer, december 2025.

Moeten de allerrijksten meer bijdragen? Kan dat eigenlijk wel? En wat gebeurt er als we het wél proberen? Bij elk debat hierover duiken steeds dezelfde argumenten op, vaak met veel stelligheid gebracht, maar zelden worden ze goed onderbouwd. Oxfam Novib belastingexperts Bram Joanknecht en Wouter van Tongeren leggen voor jou de feiten naast de vijf grootste mythes over belasting op extreme rijkdom.

Mythe 1: Nederland heeft een progressief belastingstelsel, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen

Realiteit: hoe rijker je bent, hoe minder belasting je relatief betaalt. Ons belastingstelsel is in de praktijk regressief. 

Vermogen in Nederland is zeer ongelijk verdeeld. De rijkste 10% bezit meer dan de helft (56%) van alle vermogen, en de rijkste 1% alleen al bijna een kwart. De armere helft van Nederland moet het doen met 2% van het totale vermogen.

Een belangrijke oorzaak hiervan is hoe verschillend inkomen wordt belast. Wie loon verdient, betaalt veel meer belasting dan wie geld verdient aan aandelen, vastgoed of een onderneming. Het resultaat: miljardairs betalen gemiddeld 20% belasting over hun inkomen, terwijl Nederlanders met een gemiddeld inkomen 45% of meer betalen. Veel mensen denken dat Nederland een progressief belastingstelsel heeft, maar in de praktijk is het dus juist regressief. 

Mythe 2: Bij hogere belastingen vertrekken de rijken gewoon naar het buitenland

Realiteit: wereldwijd verhuist jaarlijks slechts 0,22% van de miljonairs naar een ander land, en de meerderheid van vermogende mensen steunt zelf hogere belastingen. 

Dit schrikbeeld wordt vaak herhaald, maar zelden onderbouwd. Volgens onderzoek vinden de allerrijksten andere dingen zwaarder wegen dan een hogere belasting: carrière, netwerk, familie en gehechtheid aan de plek die ze thuis noemen, zijn voor hen net zo belangrijk als voor ieder ander. Bovendien steunt bijna driekwart van vermogende mensen in G20-landen zelf hogere belastingen op vermogen. Voor de kleine groep die wél vertrekt, bestaan instrumenten zoals een verlengde belastingplicht en een exitheffing.

Mythe 3: Een vermogensbelasting werkt alleen als de hele wereld meedoet

Realiteit: internationale samenwerking begint met landen die zelf de eerste stap zetten. 

Ook de internationale minimumbelasting voor multinationals ontstond niet door afwachten, maar doordat landen zelf bewogen. Datzelfde momentum is er nu: Brazilië agendeerde het onderwerp bij de G20, en de Europese Commissie en OESO werken er ook aan. Nederland heeft zich al eerder uitgesproken voor een internationale aanpak, maar wachten tot alle landen tegelijk akkoord gaan, is in de praktijk een garantie dat er nooit iets verandert. Wie wil dat een vermogensbelasting er komt, moet zelf laten zien dat het kan, en zo het pad vrijmaken voor anderen. 

Mythe 4: Een vermogensbelasting schaadt het vestigingsklimaat

Realiteit: Een goed vestigingsklimaat draait om rechtsstaat, onderwijs en infrastructuur, niet om het ontzien van de allerrijksten. 

Onderzoek van het IMD World Competitiveness Center laat zien dat landen met lagere economische ongelijkheid juist hogere concurrentiescores behalen. Economische ongelijkheid leidt namelijk tot onvoorspelbaarheid en tast de sociale cohesie aan die nodig is voor een stabiele en productieve economie. 

Met andere woorden: niet belasting op extreme rijkdom is het risico voor het vestigingsklimaat, maar juist de ongelijkheid die ontstaat wanneer die rijkdom onbelast blijft. Landen met lage economische ongelijkheid en stabiele instituties staan dan ook consistent aan de top van de wereldwijde concurrentiekrachtranking. Een goed vestigingsklimaat wordt wel gedragen door rechtsstaat, onderwijs, infrastructuur en sociale stabiliteit, allemaal zaken die worden gefinancierd met belastinginkomsten.

Mythe 5: Het vermogen van superrijken is te ingewikkeld om te waarderen

Realiteit: de Belastingdienst doet dit al jarenlang. 

Bij erfenissen, schenkingen en bedrijfsoverdrachten waardeert de Belastingdienst al jarenlang bijvoorbeeld niet-beursgenoteerde aandelen.Wat ontbreekt is een wettelijke verplichting om dit periodiek te doen voor een kleine groep ultra-vermogende personen. Dat is een kwestie van politieke wil, niet van technische onmogelijkheid.

Ook interessant