Carolina is van Columbia naar Ecuador gevlucht. "In Colombia werkte ik als administratief medewerker in een ziekenhuis. Mijn man was accountant. We hadden een goed leven, totdat we moesten vluchten. Toen we in Ecuador aankwamen, hadden we niks meer. Vooral voor mijn man was dat emotioneel zwaar. Hij verkocht bloemen langs de kant van de weg, maar het was niet genoeg om in ons onderhoud te voorzien. Hij werd depressief."
Carolina vertelt liever niet waarom ze gedwongen werd te vluchten met haar man Edwin en haar twee zonen, Kevin en Juan. Maar met het gewapende conflict in Colombia, dat al meer dan 50 jaar aanhoudt, laat het zich wel raden waarom ze niet langer in hun thuisland konden blijven. Deze strijd tussen de overheid en de guerillabeweging FARC over ideologie, maar net zo goed over cocaïne, olie en goudmijnen, heeft al meer dan 6 miljoen mensen op de vlucht doen slaan. De meesten van hen zijn ontheemd binnen Colombia zelf. Een kleiner deel is gevlucht naar de omliggende landen, waaronder Ecuador.
Dit kleine land precies op de evenaar heeft een bijzonder beleid ten opzichte van vluchtelingen. Alle migranten - inclusief vluchtelingen - hebben recht op sociale voorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg. Belangrijker nog is dat iedereen direct het recht heeft om te werken, en dat vluchtelingen zich mogen vestigen waar ze willen. Geen grote kampen dus, maar opvang tussen de Ecuadorianen in. Inmiddels zijn deze rechten opgenomen in de grondwet, en is er de zogenaamde ‘Human Mobility’ wet die deze rechten verder uitwerkt.
Op papier is het allemaal goed geregeld, maar de praktijk is weerbarstiger. Dat ligt niet aan de goede wil van de overheid. Ecuador heeft de nu dure dollar als munteenheid. En de verkoop van olie, waar het land veel inkomsten mee verdient, levert momenteel niet veel op. Oliebedrijven zoeken hun heil elders. "De dure dollar en de goedkope olie zorgen voor een dubbele crisis," zegt Sonia Aguilar van UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN. Een recessie is het gevolg, waar zowel Ecuadorianen als gevluchte Colombianen last van hebben.