Naar hoofdinhoud

Analyse Oxfam Novib van Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026

Op 24 april hebben de ministers Berendsen (BZ) en Sjoerdsma (BHO) hun ‘Beleidsbrief Buitenlandse Zaken’ gepubliceerd. Hierin beschrijven de ministers hoe zij zich met een ‘op waarden gebaseerd en realistisch buitenlandbeleid de komende jaren willen inzetten voor de belangen van het Koninkrijk in de wereld’.

Eerlijke investeringen in ontwikkelingssamenwerking11 mei 2026

Positief is dat ze in hun beleidsbrief het belang van mensenrechten, internationaal recht, oorlogsrecht en rechtsstaat benoemen. Ook het belang van ontwikkelingssamenwerking en samenwerking met het maatschappelijk middenveld wordt helder benoemd. Keuzes voor continuering van militaire steun voor Oekraïne, versterking van defensie, nauwere samenwerking binnen zowel de EU als met gelijkgezinde landen hierbuiten, en het belang om minder afhankelijk te worden van landen als China op het gebied van bijvoorbeeld kritieke mineralen liggen voor de hand en zijn begrijpelijk. Terecht dat de OESO Richtlijnen leidend blijven voor bedrijven en verantwoord ondernemen.  

Echter, de beleidsbrief schiet tekort op 4 punten.

1. Gebrek aan reflectie op eigen rol ten tijde van druk op internationale rechtsorde en toenemende onveiligheid

Hoewel het kabinet lijkt te erkennen dat de internationale rechtsorde wereldwijd onder druk staat, reflecteert het nergens op de oorzaak hiervoor, inclusief de eigen rol die Nederland en de Europese Unie hierin spelen. De internationale rechtsorde functioneert alleen maar wanneer internationale normen en regels door staten consistent gehandhaafd worden en wanneer er adequaat wordt opgetreden bij schendingen daarvan, ongeacht wie de schender is. De rechtsorde staat onder druk doordat normen, waaronder door Nederland en de Europese Unie, slechts selectief worden toegepast en consequenties bij schendingen uitblijven. Zo neemt de Nederlandse regering terecht concrete stappen om de misdaden van Rusland in Oekraïne te bestraffen en voorkomen, maar blijft vergelijkbare inzet van drukmiddelen tegen andere schenders van het internationaal recht uit, waaronder Israël in bezet Palestijns gebied, de Verenigde Arabische Emiraten in Sudan, of Rwanda in Oost-Congo. Het commitment van dit kabinet om het internationaal recht consistent te bevorderen wordt op geen enkele manier concreet gemaakt, noch wordt er gerefereerd aan de verschillende drukmiddelen die Nederland, bilateraal en in de EU, tot diens beschikking heeft om dit te realiseren. Daarmee blijft dit commitment tot op heden een loze belofte.  
 
Hoewel dit kabinet ook in deze brief zeer lijkt te hechten aan de veiligheid van Nederlandse staatsburgers, negeert het het feit dat de afbreuk van de internationale rechtsorde op lange termijn juist zéér ondermijnend is voor de veiligheid van een land als Nederland. Wanneer normen en regels die bedoeld zijn om geweld door landen te begrenzen vervagen, zal de machtspolitiek versterken, en een relatief klein land als Nederland daarbij het onderspit delven.  

Mensen bij de Zuid-Sudanese grens op weg naar ons ons vluchtelingenkamp in Renk. Ze staan in de rij voor de vrachtwagen.
Mensen bij de Sudanese grens op weg naar een vluchtelingenkamp in Renk, Zuid-Sudan.

Voorbeeld: Zuidwest-Azië / Iran

Bovenstaande conclusie wordt versterkt door de inzet van dit kabinet sinds haar aantreden. In de alinea ‘We zetten ons in voor internationaal recht’ wordt de nieuwste en wereldwijd ingrijpende oorlog, namelijk in Iran, niet benoemd. Begin maart zei minister Berendsen dat het internationaal recht „niet het enige kader” is waardoor naar de aanval van VS en Israël tegen Iran gekeken kan worden. „Je moet ook realistisch zijn gezien de moorddadigheid van het regime in Iran," zei Berendsen. Deze uitspraak versterkt toepassing van het internationaal recht bepaald niet. Draai er niet omheen of, en bagatelliseer niet dat, de Amerikaans/Israëlische aanval op Iran, ongeacht het vreselijke regime in Iran, een flagrante schending is van het internationaal recht. Dusdanige uitspraken en positionering breken het respect voor internationale normen als leidend kader in oorlogvoering verder af. Dit conflict heeft zeer negatieve gevolgen voor burgers in Iran en andere landen in Zuidwest-Azië, plus toenemende honger, armoede en economische crises elders in de wereld. De armste landen in het mondiale Zuiden worden hierin bovengemiddeld zwaar getroffen vanwege sterk stijgende prijzen voor energie, kunstmest en voedsel, maar deze oorlog treft ook armere bevolkingsgroepen in het mondiale Noorden vanwege stijgende prijzen voor energie en voedsel. Nederland moet afstand nemen van deze illegaal gestarte oorlog, met wereldwijde nadelige gevolgen voor burgers, en daar op geen enkele manier aan bijdragen.  

Voorbeeld: genocide in Gaza

De in de beleidsbrief beschreven Nederlandse beleidsinzet ten aanzien van Israël en bezet Palestijns gebied is het toonbeeld van de aanhoudende straffeloosheid waarmee de schendingen van het internationaal recht kunnen blijven voortbestaan. Zonder vermelding van concrete maatregelen is de inspanning voor een toekomstige tweestaten-oplossing feitelijk slechts steun voor de status quo waarbij de Israëlische genocide in Gaza voortduurt en de illegale bezetting in razend tempo wordt uitgebreid. Uit het coalitieakkoord, het handelen van het kabinet sinds het aantreden en uit deze beleidsbrief spreekt geen enkele ambitie om daadwerkelijk concrete maatregelen te treffen en een koerswijziging door te voeren ten aanzien van kabinet-Schoof, zoals het actief pleiten voor het opschorten van het handelsverdrag tussen Israël en de EU, strafmaatregelen tegen de Israëlische regering, stopzetting van wapenhandel met Israël, berechting voor begane misdaden, en een breed nationaal verbod op handel door bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting. Dit ongeacht de brede oproep tot actie vanuit de Nederlandse samenleving (o.a. tijdens de Rode Lijn-demonstraties) en oproepen hiertoe vanuit diverse andere Europese landen en landen in het mondiale Zuiden. Overigens staat er ook geen verwijzing in de beleidsbrief naar het (voorgenomen) herstel van de humanitaire hulp aan Palestijnse burgers via hulporganisatie UNRWA, waar minister Sjoerdsma de Tweede Kamer eerder over informeerde – dit is juist wel een positief voornemen.

100.000 mensen in het rood demonstreren in Den Haag
Rode Lijn-demonstratie in Den Haag, 2025

2. Blijf Oekraïne steunen, maar werk ook mee aan een oplossing voor het conflict

In de afgelopen decennia zijn conflicten bijna nooit geëindigd door een militaire overwinning, maar door een overeengekomen wapenstilstand of vorm van een vredesbestand.  Overgave door Rusland is onwaarschijnlijk en overgave van Oekraïne is uiterst onwenselijk en moeten we op iedere mogelijke manier zien te voorkomen. Steun aan Oekraïne, zoals benoemd in de beleidsbrief, is cruciaal en wordt daarom terecht benadrukt. Wat echter mist, is enige verwijzing naar diplomatieke initiatieven in het buitenlandbeleid, gericht op beëindiging van deze oorlog. Wat mist, is dat Nederland en de EU zich (ook) moeten inspannen om onderhandelingen voor een staakt-het-vuren (wat nu aannemelijker is) of een vorm van vredesovereenkomst (wat nu onwaarschijnlijker lijkt) te helpen bevorderen. Dit door middel van steun aan diplomatieke initiatieven van derden, mits Oekraïne hierbij nauw betrokken is en er aan mee wenst te werken (dus geen afgedwongen of opgelegde nadelige ‘overeenkomst’). Steun aan een diplomatieke oplossing voor de oorlog is óók van belang, zonder hierbij afbreuk te doen aan het belang van continuering van economische, militaire, humanitaire en politieke steun aan Oekraïne. Daarnaast mist er aandacht in de beleidsbrief voor steun aan het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers en vrije pers in Oekraïne. 

3. Blijvende bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en geen aandacht voor conflictpreventie, coherentie en Europese ontwikkelingssamenwerking

Het is positief dat de beleidsbrief benadrukt dat ‘het kabinet investeert in ontwikkelingssamenwerking en daarmee een stap zet richting de internationale OESO-norm.’ Ook is het zinnig dat het kabinet schrijft dat het wil intensiveren in ‘democratisering en goed bestuur, vrouwenrechten, humanitaire hulp, mondiale gezondheid, gelijkwaardige economische partnerschappen, klimaat en beroepsgericht onderwijs.’ Het kabinet onderkent dat ‘wereldwijd ODA-budgetten afnemen en de uitvoering van de SDG’s stokt’ en kondigt aan ‘op korte termijn een nieuwe internationale visie op ontwikkelingssamenwerking op basis van gelijkwaardigheid’ te publiceren, ‘om materiële en immateriële belangen te behartigen’. Het kabinet schrijft ook: ‘ontwikkelingssamenwerking zal strategischer moeten worden.’ Het is hierbij zonder meer positief dat het kabinet schrijft dat, ‘om effectief te zijn, we wereldwijd samenwerken met maatschappelijke organisaties. Zij signaleren nieuwe ontwikkelingen en brengen kennis, ervaring en feedback die onmisbaar is voor de doelstellingen van ons buitenlandbeleid.’ Elders benadrukt de regering terecht het belang van de ‘Dutch Diamond’ met een rol voor o.a. zowel bedrijven als maatschappelijke organisaties om krachten te bundelen op een reeks terreinen, waaronder klimaatadaptatie en voedselzekerheid. Tevens valt de in de beleidsbrief benoemde inzet op gelijkwaardige partnerschappen met o.a. landen in het mondiale Zuiden aan te moedigen.  

Wat echter mist is: een intrinsieke wens om armoede, honger en ongelijkheid te helpen verminderen. Dit is helemaal urgent omdat er in de komende vier jaar -volgens onafhankelijk onderzoek- ruim 22 miljoen extra, onnodige sterfgevallen zullen zijn als gevolg van de heftige bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking door de VS plus diverse andere landen, waaronder Nederland. Ook de nieuwe regering bezuinigt in de praktijk nog altijd fors op ontwikkelingssamenwerking, en herstelt bijvoorbeeld nog niet de koppeling tussen tussen het ontwikkelingsbudget en het nationaal inkomen in lijn met de internationale OESO-afspraak.  

Wij ondersteunen deze boeren in Zambia in het diversificeren van hun producten en betere toegang tot zaden.
Zambia - klimaat - weerbaarheid - landbouwscholen

Boeren in het Shibuyunji-district in Zambia presenteren een variatie aan groenten die ze verbouwen. Wij ondersteunen boeren wereldwijd in hun strijd voor een veerkrachtiger landbouwsysteem, waarbij zaden vrij gebruikt, aangepast en verhandeld mogen worden.

De regering investeert fors in defensie, maar wat mist is het belang van eveneens grotere investeringen in diplomatie en ontwikkelingssamenwerking, om zo bij te dragen aan conflictpreventie.  Zoals enkele oud-Commandanten van de Nederlandse Strijdkrachten en oud-minister van Defensie Ollongren in juni 2025 al betoogden: ‘Momenteel wordt wereldwijd maar liefst 157 keer minder in conflictpreventie dan in defensie geïnvesteerd. Hierin zou een betere balans moeten komen, want je moet iets doen voordat de vlam in de pan slaat. Ontwikkelingssamenwerking en diplomatieke inspanningen versterken defensie en andersom.’ Hier is nog geen sprake van. Ondanks het voornemen tot een bescheiden extra investering in ontwikkelingssamenwerking per 2027 (257 miljoen per jaar) voorkomt dit niet dat er in de praktijk fors minder in ontwikkelingssamenwerking wordt geïnvesteerd vanwege de enorme, stapelende bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking van kabinet-Schoof die vrijwel ongehinderd doorgaan. Hier komt een nieuwe ingreep door de nieuwe regering bovenop, om humanitaire middelen voor Oekraïne – hoe relevant ook- in 2027, in weerwil van een eerder aangenomen motie door de Tweede Kamer, te betalen uit middelen voor ontwikkelingssamenwerking. De continuering van bezuinigingen van regering-Schoof op Matra-financiering (bedoeld voor democratisering en versterking van de rechtsstaat in Oost-Europa), op het Mensenrechtenfonds en op het Civic Space Fund, draagt ook niet bij aan versterking van conflictpreventie en bevordering van mensenrechten. 

Daarnaast mist in de beleidsbrief actief beleid op versterking van coherentie. Goed beleid op coherentie zorgt ervoor dat beleid op klimaat, handel, belastingen, enzovoort ten goede komt aan ontwikkeling, en in elk geval ontwikkeling en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN (SDG’s) niet schaden. Zie ook de reactie hierop van Building Change.  

In de beleidsbrief wordt eveneens geen aandacht besteed aan de toenemende rol van Europese ontwikkelingssamenwerking. Het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFF) en het Global Europe funding instrument (GEI) zullen de komende jaren een belangrijke rol gaan spelen. Het is hierbij belangrijk dat er heldere minimumcriteria aan worden verbonden zodat Europese ontwikkelingssamenwerking goed blijft voldoen aan internationale kwaliteitseisen (OESO), voldoende ten goede komt aan de armste landen, (ook) ten goede komt aan menselijke ontwikkeling (gezondheidszorg, onderwijs en armoedebestrijding) en dat het maatschappelijk middenveld betrokken blijft bij de uitvoering ervan.  

4. Klimaatcrisis: urgentie ontbreekt

Inzet op klimaatadaptatie en- mitigatie wordt enkele keren in de beleidsbrief benoemd, bijvoorbeeld ten aanzien van de inzet vanuit de Dutch Diamond, en dat is positief. Er mist echter wel een heldere uitspraak over de urgentie van de klimaatcrisis (en biodiversiteitscrisis).  

Het lijkt geen prioriteit te zijn binnen het buitenlandbeleid van de regering om actieve diplomatie te bedrijven om de klimaatcrisis aan te pakken in EU-verband en/of in samenwerking met gelijkgezinde landen. In april 2026 organiseerde Nederland (in de praktijk minister Van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei) samen met Colombia de Santa Marta conferentie, gericht op snellere uitfasering van fossiele brandstoffen. Buitenlandse Zaken kan een grote bijdrage leveren aan een voortvarende aanpak van de klimaatcrisis door middel van actieve diplomatie, o.a. ten behoeve van concrete, ambitieuze afspraken op de Klimaattoppen van de VN, de invoering van verdragen ten aanzien van de afbouw van fossiele brandstoffen, steun aan landen in het mondiale Zuiden vanwege geleden klimaatschade, enzovoort. Verder mist er expliciete aandacht voor water- en voedselsoevereiniteit en het steunen van de bevolking in de desbetreffende landen om zich aan te kunnen passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Investeringen hierin dragen immers bij aan lokale ontwikkeling en conflictpreventie. ‘Klimaat’ moet dan ook worden toegevoegd aan de beleidsprioriteiten van Buitenlandse Zaken.  

Activist Marinel hurkt naast jonge mangrovebomen die ze heeft geplant
Marinel uit de Filipijnen plant mangroveboompjes en helpt hiermee met het beschermen van de kust tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Concluderend

Deze brede beleidsbrief zou het Nederlandse commitment aan consistente bescherming van de internationale rechtsorde en multilateralisme scherper moeten benadrukken en moeten concretiseren. Zet stevig in op internationale samenwerking en zorg ook voor voldoende financiering hiervoor. Doe dit vanuit verlicht eigenbelang en vanuit de wens om honger, armoede, onrecht en de klimaatcrisis aan te pakken ten gunste van huidige en toekomstige generaties.