Oliepalmen zijn inheems in West-Afrika en de olie wordt al eeuwen gebruikt om bijvoorbeeld mee te koken. In de 19e eeuw explodeerde de vraag naar palmolie om twee redenen: Europese kolonisatie en industrialisatie. Palmolie bleek perfect om machines mee te smeren; zeep van te maken; en nog véél meer. Europeanen legden daarom grote plantages aan in hun kolonies. Naar de mening van Afrikanen werd niet gevraagd. Zij moesten vaak als dwangarbeider of tegen lage lonen werken op de plantages.
Nederland kon niet achterblijven en introduceerde de ‘wonderpalm’ in Nederlands-Indië, waar het klimaat overeenkomt met West-Afrika. Indonesische palmolie is dus 100% een koloniaal product: vóór 1834 groeiden die bomen daar helemaal niet! Net zoals bijvoorbeeld cacao – een Latijns-Amerikaanse plant die nu vooral in Ghana en Ivoorkust wordt verbouwd. Veel van de producten die we dagelijks gebruiken hebben dus een koloniale geschiedenis. Ja, ook jouw shampoo, margarine, tandpasta of noodles… want palmolie zit echt overal in.