Home ActueelBlogs Ecomodernisten: zelfde doel, maar onrealistische visie

Ecomodernisten: zelfde doel, maar onrealistische visie

  • 2 mei 2017

Vanavond gaat in De Zwijger een nieuwe lichting natuurliefhebbers en milieubeschermers met medestanders en critici in debat over hun visie op armoede, landbouw, natuur en energie. Ze noemen zichzelf ‘Ecomodernisten’. Ook Farah Karimi gaat met hen de degens kruizen.

lees meer over het programma in De Zwijger.

Wat geloven de ecomodernisten?

Er zijn volgens hen geen grenzen aan groei. De aarde kan gemakkelijk 10 miljard mensen aan. Klimaatverandering is niet per sé iets negatiefs. We kunnen beter een extra kerncentrale bouwen dan windmolens in de Noordzee. Biologische landbouw zal de wereld niet voeden, intensieve landbouw wel. Ze claimen de humanistische variant van de milieubeweging te zijn, maar juist op dit punt slaan ze de plank volledig mis.

'Verhuis de arme, zelfvoorzienende boeren naar de stad'

De grote misvatting is terug te vinden op p. 8 van hun recent verschenen boek: verhuis de arme, zelfvoorzienende boeren naar de stad waar ze aan hun persoonlijke ontwikkeling kunnen gaan werken.

Maar arme, zelfvoorzienende boeren bevrijd je niet door ze naar de sloppenwijken in de steden in te schoppen. Je kan beter hun landbouwactiviteiten ondersteunen, waardoor er lokaal een dynamiek ontstaat die ze de mogelijkheid biedt te diversificeren en de armoede te ontstijgen.

Met hun gestegen inkomsten kunnen ze vervolgens hun kinderen naar school sturen. En als die er vervolgens voor kiezen naar de stad te trekken omdat ze daar een betere baan kunnen vinden, dan is dan een prachtige uitkomst. Dat is dan een werkelijke keuze met perspectief. Het voedsel zal voor hen echter niet toegankelijk zijn als ze geen inkomsten hebben om het voedsel te kunnen kopen wat door anderen is geproduceerd.

Hier zijn wij het over eens

Zowel ecomodernisten als Oxfam Novib hebben een belangrijk doel voor ogen: de uitbanning van armoede. Zoals de ecomodernisten goed stellen: "armoede maakt machteloos". Dat is de crux. Maar vervolgens gaan ze er niet op in hoe de machtsverhoudingen aan te passen, die armoede in standhouden.

De ecomodernisten stellen terecht dat er een bittere noodzaak is werkgelegenheid te creëren. Maar alle literatuur wijst erop dat dat begint vanuit een bloeiende rurale economie. Geld uit die sector zal gediversificeerd worden in lokale industrie, en zorgt zodoende voor de benodigde dynamiek om bredere economische groei te bewerkstelligen. Vietnam is hier een goed voorbeeld van.

Driekwart van de mensen die in armoede leven, wonen op het platteland, en zijn afhankelijk van landbouwgerelateerde activiteiten voor hun levensonderhoud. De meest effectieve manier om armoede en ongelijkheid te bestrijden, is door te investeren in de landbouwsector: groei in kleinschalige landbouw is twee keer effectiever voor mensen die in armoede leven dan groei in andere sectoren.

'Klimaatverandering niet persé negatief'

De ecomodernisten stellen dat klimaatverandering is niet persé iets negatiefs is. Dat moeten ze dan maar eens uitleggen aan de honderdduizenden mensen in de Hoorn, Zuidelijk of West Afrika, die honger lijden door de gevolgen van klimaatverandering.

Mensen spreken er niet van klimaatverandering, zo’n abstract bericht zegt weinig. Waar zij over praten zijn de regens die te laat komen en die te vroeg weer ophouden. En áls ze komen, zijn ze zo heftig dat ze de gewassen weer wegspoelen. Met als gevolg mislukte oogsten en honger. De uitdaging zit erin de mensen in die gebieden weerbaar te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Zodat ze in hun levensonderhoud kunnen blijven voorzien. Dat doe je niet door ze de sloppen in te duwen, en evenmin door ze GMO-gewassen te verkopen zoals de ecomodernisten propageren. Vooralsnog is dat geen antwoord geweest op armoede, honger, ondervoeding, of milieu.

Hier zijn we het over eens

Wél zijn we eens over de noodzaak droogte-resistente gewassen te telen. Ondersteuning van de informele zadenmarkten is hierbij van cruciaal belang. Oxfam ondersteunt bijvoorbeeld via boerenscholen de herintroductie van vergeten gewassen als sorghum en bonen, die beter tegen de droogte bestand zijn. Het behoud van agrobiodiversiteit is hierin van cruciaal belang.

'Afname van biodiversiteit is geen zorg'

De ecomodernisten echter, trekken de aanname in twijfel dat afname van de biodiversiteit een punt van zorg / probleem is. De auteurs zien over het hoofd wat het belang is van het behoud van (agro)biodiversiteit voor het voedselsysteem. Het gaat niet alleen over het behoud van de madagaskarplatstaartschildpad (p. 156), maar over de mate waarin we ons voedselsysteem weerbaar kunnen maken tegen veranderende weerspatronen.

We hebben te maken met wisselvallige regen en toenemende periodes van droogte. Agrobiodiversiteit is daarin van cruciaal belang om de bodem vruchtbaar te houden en ziektes buiten te deur. Een reductie in agrobiodiversiteit leidt tot meer plantenziektes. Juist nu, nu het weer onvoorspelbaarder wordt, is biodiversiteit dus steeds belangrijker.

Dat terwijl de genetische diversiteit van gewassen dramatisch is afgenomen: 50 jaar geleden groeiden in India 30.000 rijst-variëteiten, vandaag de dag bestrijken slechts 10 variëteiten 75% van het rijst-producerende areaal.

Zo verslaan we armoede

Kortom, wat is er nodig om armoede de wereld uit te helpen, en ervoor te zorgen dat iedereen toegang tot voldoende voeding heeft? Allereerst: een goed landbouwbeleid voeren. De schaarse middelen moeten in de 500 miljoen kleinschalige boeren worden geïnvesteerd die nu al 2 miljard mensen – bijna 1/3e van de wereldbevolking – van voedsel voorzien. Zij moeten geholpen worden het potentieel te benutten wat ze hebben: zorg dat ze toegang krijgen tot krediet en toegang tot hun land kunnen behouden. GEef goede landbouwvoorlichting krijgen, zeker nu met de weersomstandigheden zo grillig veranderen. Hel ze informatie te krijgen over marktprijzen en help lokale markten te ontwikkelen. Ondersteun van producentenorganisaties zodat ze betere prijzen kunnen onderhandelen.

Veel van de kleinschalige boeren zijn vrouwen. Zij worden, als er al landbouwvoorlichters zijn, vaak over het hoofd gezien. Door ons op vrouwen te richten kan de voedselproductie omhoog gaan. Daarmee verbeteren ze de voedselsituatie van hun gezin, ze kunnen een overschot beter op de markt afzetten, verdienen er geld mee en kunnen dat weer investeren in andere activiteiten wat werkgelegenheid creëert. Sommigen zullen er voor kiezen dat te investeren in de stad en zo wordt de economie ook versterkt.

Grootschalige intensieve productiesystemen, in de tussentijd, moeten orde op zaken stellen: geen water en bodem meer vervuilen door overmatig pesticide gebruik, geen land afpakken van omliggende gemeenschappen en een eerlijke prijs aan hun leveranciers betalen.

  Madelon Meijer is beleidsadviseur landbouw bij Oxfam Novib